Bij een berekening van een dikte van een leiding(kabel of draad), wordt rekening gehouden met:
-eerst bepaal je de wijze van aanleg en de correctie factoren.
-vervolgens bereken je de maximale stroom die kan gaan lopen door een kabel gezekerd met die patroon.
-dit vermenigvuldig je met de correctie factoren(omgevings tempratuur/ isolatie ed.)
-hieruit volgt een nieuwe stroom.
-deze stroom rond je af naar boven.
-vervolgens kijk je in een tabel welke dikte draad erbij hoort.
-nu heb je de dikte en de stroom.
-nu moet je nog kontroleren of de lengte is toegestaan bij die stroom en dikte van de kabel.zo niet dan moet je 1 maat dikkere kabel hebben.
Dit alles is te vinden in het 'wetboek' van de elektriciën: de NEN 1010