Omwille van de elektrische veiligheid dient elke elektrische installatie over een goede aardaansluiting te beschikken. Deugdelijke aarding heeft een minimale elektrische weerstand naar aarde (bijv. het grondwater). Veelal werd de elektrische huisinstallatie geaard op de waterleiding maar met de komst van niet of slecht(er) geleidend materiaal voor waterleidingbuizen, en watermeters van kunststof wordt de elektrische installatie van iedere woning doorgaans met een koperen aardpen in de grond voor aarding gezorgd. Voor het aarden van apparatuur die aan de installatie is gekoppeld wordt in de installatie een aarddraad meegetrokken. Deze draad heeft in huisinstallaties een doorsnede van 2,5 mm en is geïsoleerd met een groen/gele buitenmantel. Belangrijke groepen van de installatie worden in de groepenkast (de kast die in de meterkast is geplaatst) voorzien van een aardlekschakelaar. Die springt aan als de stroom in de twee draden naar de verbruiker onderling meer dan een bepaalde waarde verschilt en er dus een stroom naar de aarding moet zijn opgetreden.
Nog geen artikelen
Overzicht winkelwagen
Zoeken:
Zoek

Gebouwen kunnen op 3 verschillende manieren geaard worden:

  • TT-aardingssysteem
  • TN-aardingssysteem (met als varianten: TN-C; TN-S en TN-C-S)
  • IT-aardingssysteem

De eerste letter geeft de relatie tussen het verdeelnet (bron) en de aarde; ofwel de wijze van aarding van de voedingsbron:

  • T: rechtstreekse verbinding van een punt (sterpunt) met de aarde (T = tèrre).
  • I: isolatie van alle actieve delen ten opzichte van de aarde (I = isoler).

De tweede letter geeft de relatie tussen de massa's van de elektrische installatie en de aarde; ofwel wijze van aarding van de metalen omhulsels van de apparatuur:

  • T: rechtstreeks geaarde massa's door middel van aardelektrode (T = tèrre).
  • N: massa is verbonden met de geaarde beschermingsgeleider van het verdeelnet (N = neutre).
  • U: metalen omhulsel van de apparatuur zijn onderling met elkaar verbonden, maar niet opzettelijk geaard (U = unearthed).
  • M: metalen omhulsel van de apparatuur zijn onderling met elkaar verbonden en verbonden met het sterpunt van de voedingsbron, maar niet opzettelijk geaard (M = métallique).

De eventuele derde of vierde letter bepalen de uitvoering van de nulleider en van de beschermingsgeleider (aarddraad).

  • S: de nulleider en aardgeleider worden uitgevoerd als afzonderlijke geleiders (S = separation).
  • C: één geleider vervult de functie van aardgeleider en nulleider (C = combiner).